Vraag nooit feedback aan je moeder

3 tips om deskundig op je plaat te gaan

Je staat bij het Sneekermeer. Je hebt je nieuwe noren aan. De lucht knispert van de kou, je trekt je handschoenen aan en stapt het ijs op. Je maakt je eerste slag, en je tweede, en je derde. Je herkent de beweging weer, en het geluid van ijzer op ijs. Je schaatst vijftig meter, legt je rechterarm losjes op je rug, schaatst honderd meter – en gaat plat op je plaat.

De laatste weken ga ik elke dag plat op mijn plaat. Dat zit zo.

Elke dag huiswerk
Ik doe een schrijfcursus. Die duurt tien weken. Met elke dag twee uur huiswerk.
Nou niet zeggen: je kan toch al goed schrijven?
Ja, maar ik wil nóg beter schrijven.
Leg je zakdoek maar vast klaar,’ zegt de schrijfdocent van tevoren.

Van een 8,5 naar een 9
Als je iets al goed kan – schrijven, lesgeven, organiseren, leiding geven, kortom: je vak – , hoe zorg je dan dat je nog beter wordt? Hoe ga je van een 8,5 naar een 9?
Hier mijn tips. Het zijn er drie. Aan jou, en aan mezelf. Om de moed erin te houden. Want nieuwe dingen leren = op je plaat gaan = pijn.

1. Vraag nooit feedback aan je moeder
Zorg dat je feedback krijgt van mensen die niet van je houden. Van mensen die je niet het weekend erna op de verjaardag van je nichtje tegenkomt. Vraag dus geen feedback aan je moeder. (Mijn moeder tegen mij: ‘Wat raar dat ze jouw naam zo klein hebben afgedrukt boven dat artikel.’)
Vraag feedback aan iemand die verstand heeft van jouw vak, iemand die er zelf héél goed in is en die niet per se wil dat je hem aardig vindt.

Op maandag schrijft mijn docent onder mijn tekst: ‘Bij de zin over dat hondje voel ik niks.’ Op dinsdag zegt ze: ‘Herhalingen zijn mooi, maar alleen als ze een functie hebben.’ En op woensdag bespreekt ze een tekst van een half aviertje van me. Een kwartier lang.

2. Wees niet bang. Zeer doet het toch
Op je plaat gaan en fouten maken en feedback krijgen doet zeer. Want het ijs is fokking glad en ondanks de duizendste instructie zwikt je enkel nog steeds tegen de rand van je schaats. Het liefst wil je je vader of grote broer of desnoods een keukenstoel het ijs op slepen om op te leunen, net als toen je zes was.

Maar fouten maken maakt je beter. Jahaaa, dat zeiden ze in de kleuterklas al tegen je (juf Mieke: ‘Van proberen kun je leren’). Maar het is ook nog eens wetenschappelijk bewezen. En basketballer Michael Jordan zegt het ook. Lees bijvoorbeeld The Talent Code, over het belang van fouten maken als je ergens heel goed in wilt worden. Schrijver Daniel Coyle vertelt er in dit filmpje kort over (de cheesy ondertitel van zijn boek moet je maar even voor lief nemen). Deze kennis houdt je op de been.

3. Bedenk waar je wil komen
Ik hoef niet de nieuwe Marieke Lucas Rijneveld te worden. Maar ik wil wel zulke goeie teksten schrijven dat alle leuke mensen met wie ik nog wil werken zeggen: ‘Haar hadden we véél eerder moeten vragen.’

En over dat schaatsen, hè. Stel je voor dat je naar de koek-en-zopietent aan de overkant van het meer kunt schaatsen zonder halverwege te hoeven stoppen. Je vermijdt soepel alle wakken. Je zwiert pootje-over in de bocht. Het lijkt alsof het je allemaal moeiteloos af gaat. Dat hier uren plat-op-je-plaat aan voorafgingen? Dat hoeft niemand te weten.

 

 

 

Foto: Dordrecht, 1985.

 


Geef een reactie