5 taalregels die je aan je laars kunt lappen

(Wat je juf vroeger ook zei.)

Op de basisschool leerde ik van juf Lodie dat je een brief nooit met ‘ik’ mag beginnen. Daar denk ik altijd aan wanneer ik een mail met ‘ik’ begin.

Hieronder een aantal taaldingen die inmiddels best mogen, al heb je misschien, ooit, lang geleden, van je juf of meester, geleerd van niet.

5 x “mag best”:

  1. Je mag een zin best met ‘ik’ beginnen. Sterker nog: het kan zelfs functioneel zijn.
  2. Een komma voor ‘en’ mag wél, al denken veel mensen van niet. En het mag al helemaal als je lezer, wanneer jij geen komma voor ‘en’ zou gebruiken, naar adem happend ter aarde stort.
  3. Een zin zonder werkwoord is nog steeds een zin. Waarom niet? Als het duidelijk is wat je bedoelt, heb je niet altijd een werkwoord nodig. Dus.
  4. ‘Een aantal vrouwen lopen’ is grammaticaal net zo goed als ‘een aantal vrouwen loopt’. Hier lees je de heldere blog van Kiezelcommunicatie over de regels voor ‘een aantal’.
  5. ‘Je kunt’ mag, ‘je kan’ mag ook. ‘U heeft’ is goed, en ‘u hebt’ ook. Zolang je maar binnen één tekst dezelfde vorm gebruikt.

 

Oké, dus: sommige regels zijn allang geen regels meer (sorry, juf Lodie)

 

 

P.S. De laatste tijd lees ik vaak zinnen als ‘Ik mocht aan dit project meewerken’ of ‘Ik heb een lezing mogen geven.’ Grammaticaal helemaal goed. Maar het klinkt alsof iemand jou een gunst verleende. Daarom mag het niet. Vind ik.

 

 

 


Geef een reactie