Schrijftip 31

Hoe scootmobielerige werkwoorden je zin (te) lang maken

Er is een makkelijke manier om je teksten korter te maken, en die heeft te maken met de hoeveelheid werkwoorden die je in een zin achter mekaar gebruikt. En met scootmobielen.

Kijk eerst even naar de werkwoorden in deze zinnen:

  1. We zullen gaan kijken naar een film over culturele verschillen.
  2. Ik zou dat wel gekund willen hebben.
  3. Dan zou je voor een dilemma hebben kunnen komen te staan.
  4. Ik zou jou wel eens willen zien blijven staan kijken.

Al die werkwoorden achter elkaar: daar wordt een zin traag van. Vergelijk het, en hier hebben we ze, met een hele rij scootmobielen achter mekaar. Nader je op je fietsje zo’n sliert scootmobielen, dan weet je al: dit kost tijd.

En je wilt zo graag dóór. En je lezer ook.

Schrap een deel van de werkwoorden
Dus: kijk hoeveel scootmobielerige werkwoorden je uit je zin kunt schrappen. Je zult zien dat de betekenis van je zin vaak overeind blijft door een ander woord (een niet-werkwoord) aan de zin toe te voegen:

  1. We kijken vanavond naar een film over culturele verschillen.
  2. Dat had ik graag gekund.
  3. Dan had je misschien voor een dilemma gestaan.
  4. Ik had je gezicht wel willen zien.

Loopie
Er is één zin waarin ik de hoeveelheid scootmobielerige werkwoorden juist toejuich, op voorwaarde dat je deze zin hardop en zo Rotterdams mogelijk uitspreekt. Dat is de zin: ‘Wat loopie nou te zitten te kijken?’

Schrijftip 31: gebruik minder scootmobielwerkwoorden in je zin, wordt tie sneller van

Hier lees je hoe je in vijf minuten je tekst opknapt, dit gaat over het verschil tussen ‘je’ en ‘jou’, en hier lees je over vraagtekens en het stokstaartjeseffect.

Foto © Peter de Krom

 

Benieuwd naar de rest van de nieuwsbrief? Lees dan hier verder. (Of schrijf je in, dan krijg je ‘m gewoon zelf.)


Geef een reactie