Schrijftip 30

Schrijf je nou ‘zo lang’ of ‘zolang’? Simpel ezelsbruggetje

Ik ga het niet met je hebben over het taalkundige verschil tussen ‘zo lang’ en ‘zolang’, want dan moet ik termen gebruiken als bijwoord van tijd en voegwoord, daar word je vast niet gelukkig van (als wel, lees dan deze toelichting).

Het betekenisverschil is in het kort: het ‘lang’ bij ‘zo lang’ gaat altijd over iets dat lang is (een file) of lang duurt (wachten). ‘Zolang’ betekent ‘gedurende de tijd dat’ of ‘ondertussen’.

Maar eigenlijk hoef je ook dat betekenisverschil niet te kennen om te weten of je ‘zo lang’ of ‘zolang’ moet schrijven. Hoe je het spelt, kun je namelijk gewoon horen – op voorwaarde dat je de zin waar het om gaat even uitspreekt.

Want:

‘Zo lang’ krijgt in een zin altijd nadruk. Hoor maar:
De file was zo lang dat ik maar met de fiets ben gegaan.
Het duurde zo lang tot mijn ouders me ophaalden dat ik dacht: ik blijf voor altijd hier. (Jongetje op de foto hierboven).
Als een tekst zo lang is kan ik me er niet op concentreren.

‘Zolang’ krijgt nooit nadruk. De nadruk ligt altijd op andere woorden in de zin, hoor maar:
Zolang ze me niet belt, doe ik niks.
Ik blijf bij je zolang ik leef.
Als jij ook in de keuken moet zijn, ga ik zolang wel iets anders doen. 

Dus:
‘Zo lang’ wil nadruk en eist daarom zo veel mogelijk plek op in de zin: lange versie, twee woorden.
‘Zolang’ wil juist geen nadruk en moffelt zichzelf weg: korte versie, één woord.

Schrijftip 30: spellen op gehoor kan soms best 🙂

 

Hier lees je waarom je je boomwoorden moet kappen en dit zijn de 5 taalregels die je aan je laars kunt lappen, ook al zei je juf vroeger van niet.

Foto © Frank Ruiter

 

De rest van de nieuwsbrief lezen? Dat kan hiero.


Geef een reactie