Schrijftip #16

Wat doe je met je warmdraai-alinea?

Ik weet niet of dit herkenbaar is (ik hoop van wel), maar ik zie vaak tegen schrijven op. Want: gaat het lukken, kan ik op de juiste woorden komen, hoe begin ik?
Als ik dan eenmaal begin – nadat ik eerst allemaal andere belangrijke dingen heb gedaan – is het alsof ik er tijdens het schrijven nog achter moet komen waar ik het ook alweer precies over wil hebben. Alsof het eerste deel van de tekst die ik schrijf een soort warmdraaien, een voorbereiding is. Alsof je de ballonnen voor het feest opblaast, de taart op tafel zet en de kaarsen aansteekt. Maar je lezers willen helemaal niet weten wat voor voorbereidingen jij doet.
Met andere woorden: de eerste alinea van je tekst, je warmdraaitekst, kun je vaak gewoon weghalen. Of er in elk geval flink in schrappen.

Voorbeeld
Hieronder lees je de eerste alinea van de allereerste versie van mijn blog over de groenteboer:
Na de verhuizing mis ik mijn groenteboer het meest. Er is hier wel een groenteboer, hij zit op een pleintje in de nieuwe buurt, waar ik alle straten nog moet leren kennen. Het is hier anders. Als ik ’s avonds een rondje wandel zie ik alleen af en toe iemand die zijn hond uitlaat of de container buiten zet, en die dan pas gedag zegt nadat ik gedag heb gezegd. Alle andere mensen zitten binnen, dat denk ik tenminste, want alle gordijnen zitten dicht.

Toen ik deze blog begon te schrijven, was ik nogal vol van alle nieuwe dingen om me heen. Niet alleen van de nieuwe groenteboer, maar ook van de nieuwe buurt. Het is niet zo dat de omschrijving van de buurt, hierboven, niet interessant is, maar: dit blog zou gaan over de groenteboer. Daardoor is de omschrijving van de uitgestorven buurt voor deze tekst niet zo relevant.
Ik was na het schrijven van deze eerste alinea wel warmgedraaid. Ik dacht nog een keer na: wat wilde ik nou eigenlijk vertellen? Ik wilde schrijven over de groenteboer. En dat ik die mis. Belangrijker dan een omschrijving van de buurt, leek het me daarom om te vertellen waarom ik de groenteboer mis. Dus ik gooide de buurt eruit.

De eerste alinea werd uiteindelijk:
Van mijn oude buurt mis ik alleen de groenteboer. De laatste keer dat ik er was zei ze: ‘Je ziet een beetje smalletjes, wat is er?’ Dat soort dingen kun je zeggen als je elkaar al tien jaar kent.
Hiermee werd die eerste alinea een stuk to-the-pointer. En een stuk korter ook. Niet dat korter per definitie beter is. (Hier lees je bijvoorbeeld een mooie lange zin.) Maar vaak wel. Want dan begint het feest voor je lezers gewoon eerder.

Wat helpt om te voorkomen dat je veel in je eerste alinea moet schrappen: doe de W5H-code.
Of leg je erbij neer dat die eerste alinea je warmdraai-tekst is – en het dus uiteindelijk niet je eerste alinea zal worden. Of hoogstens een ingekorte versie ervan.

Schrijftip 16: je eerste alinea kan vaak korter, of weg.

Hoe de blog over de groenteboer uiteindelijk geworden is, lees je hier.

 

Foto hierboven © Vivian Keulards
(Zij maakte het boek Flaming Grace, een ode aan roodharigen)


Geef een reactie