Schrijftip #25

Kap je boomwoorden

Als je schrijft, is het fijn als je zinnen duidelijk, kernachtig en lezersvriendelijk zijn. Kortom: dat je zinnen staan als een huis.
Lukt dat niet, dan komt dat misschien doordat je te veel boomwoorden in je zin gebruikt.

Dit zijn boomwoorden
Boomwoorden zijn woorden die je prima kunt gebruiken in gesproken taal, waarin je aan het kletsen, praten, vertellen, ouwehoeren, oftewel: aan het bomen bent.
In een gesprek zeg je bijvoorbeeld gerust: ‘Dus ik zeg tegen Joop, ik zeg: het is toevallig echt niet zo dat ze nou zo nodig al dat bos hoeven te kappen van mij.’
Of Joop zegt: ‘Het klinkt nu wel een beetje alsof je eigenlijk toch wel van natuur houdt.’
Of jij: ‘Er zijn dan dus nog wel een paar probleempjes op te lossen met de bouwplannen, en zo.’

Treurig maar waar
Al die losse woordjes, zoals ‘echt niet zo’, ‘nou’, ‘nu toch’, ‘wel een beetje’, ‘eigenlijk’, ‘dan dus’, ‘toevallig’, ‘en zo’, zijn boomwoorden. Je zet als het ware allemaal boompjes in je zin op, om het gesprek lekker gaande te houden en om al pratend je zin te formuleren.
Prima, voor in gesprekken.
Boomwoorden in geschreven taal moet je echter kappen. Het is treurig, maar waar. Ze maken je zinnen te lang, houden de boel op en jagen je lezer weg.

Wie slim is, kapt zijn boomwoorden
Omhakken dus. Weg met de boomwoorden. Daarom:
1. Check je teksten op woorden als eigenlijk, toch wel, een beetje, ook nog, echt niet, dan dus, nog wel, niet echt, een beetje.
2. En haal ze weg.
Wat je overhoudt? Zinnen die staan als een huis.

 

Schrijftip 25: kap je boomwoorden en hou zinnen over die staan als een huis

Meer schrijftips?
Hier lees je hoe je een zonsopgangtekst schrijft, hier hoe je voorkomt dat je lezer van een steiger lazert, en hier een ezelsbruggetje waardoor je nooit meer ‘aan hun’ zegt.

 

Foto © Kees van de Veen


Geef een reactie