Schrijftip #9

5 taalregels die je aan je laars kunt lappen

Op de basisschool leerde ik van juf Lodie dat je een brief nooit met ‘ik’ mag beginnen. Daar denk ik altijd aan wanneer ik een mail met ‘ik’ begin. Hieronder een aantal taaldingen die inmiddels best mogen, al heb je misschien, ooit, lang geleden, van een juf of meester, geleerd van niet.

5 x “mag best”:

  1. Je mag een zin best met ‘ik’ beginnen. Zelfs de Taaladviesdienst vindt dat goed. Sterker nog: het kan zelfs functioneel zijn, schrijven ze.
  2. Een komma voor ‘en’ mag wél, al denken veel mensen van niet. En het mag al helemaal als je lezer, wanneer jij geen komma voor ‘en’ zou gebruiken, naar adem happend ter aarde stort.
  3. Een zin zonder werkwoord is nog steeds een zin. Waarom niet? Als het duidelijk is wat je bedoelt, heb je niet altijd een werkwoord nodig. Dus.
  4. ‘Een aantal vrouwen lopen’ is grammaticaal net zo goed als ‘een aantal vrouwen loopt’. Hier lees je de heldere blog van Kiezelcommunicatie over de regels voor ‘een aantal’.
  5. ‘Je kunt’ mag, ‘je kan’ mag ook. ‘U heeft’ is goed, en ‘u hebt’ ook. Zolang je maar binnen één tekst dezelfde vorm gebruikt.

 

P.S. De laatste tijd lees ik vaak zinnen als ‘Ik mocht aan dit project meewerken’ of ‘Ik heb een lezing mogen geven.’ Grammaticaal helemaal goed. Maar het klinkt alsof iemand jou een gunst verleende. Daarom mag het niet. Vind ik.

 

Schrijftip 9: sommige taalregels zijn allang geen regels meer.

 


Geef een reactie