Schrijftip #4

Hen of hun? Ezelsbruggetje... met Henny Stoel

De hen-/hunkwestie is nogal een toestand, bij mensen die graag goed Nederlands schrijven.
Want wanneer zeg je ‘hen’ en wanneer ‘hun’?

Er zijn verschillende situaties waarbij het fout kan gaan.
Ik beperk me even tot die waarbij je je afvraagt: Zeg je iets tegen hen of tegen hun? Geef je iets aan hun of aan hen? En ga je op bezoek bij hen of bij hun?
Oftewel: zeg je na een voorzetsel (aan, op, langs, voor, bij, over, door) ‘hun’ of ‘hen’ ?

Na een voorzetsel zeg je ‘hen’.
Maar dat vergeet je natuurlijk.
Daarom dit ezelsbruggetje: denk aan Henny Stoel.

Je zegt namelijk iets tegen hen(ny Stoel), je geeft iets aan hen(ny Stoel) en je gaat op bezoek bij hen(ny Stoel). En je keek vroeger altijd om acht uur naar Hen(ny Stoel). En niet naar Hunny Stoel.

Over de andere hen-/hunkwesties geeft Onze Taal uitleg.

 

Schrijftip 4: Hen of hun? Denk aan Henny Stoel.


Geef een reactie