Hommels redden

15 oktober 2019

We probeerden een hommel te redden. Suikerwater op een lepel, omvallende hommel stutten met een herfstblad, één vleugel kleverig van het suikerwater, traag gezwalk over de tuintafel. We legden de hommel op een schoteltje in de tuin, naast de struik, de lepel ernaast, en vergaten hem – er waren andere dingen om aan te denken, huiswerk dat moest overhoord, brood dat moest gekocht, een boek gezocht, al die kleine dingen die altijd maar doorgingen, en waar dan de grotere dingen dwars doorheen liepen, de grote dingen die je, ook al werd je ouder en wereldwijzer, toch vaak overvielen, iemand van vroeger die overleed, iemand van nu die ziek werd, een bezoek aan een verpleeghuis van een uur dat voelt als een leven.

De volgende ochtend kwam ik buiten, de besjes van de struik glinsterden, het had de hele nacht geregend, en ik herinnerde me de hommel. Hij lag naast het schoteltje, op de doorweekte aarde, zijn vachtje zag eruit alsof het alle regendruppels opgezogen had. Net toen ik dacht dat hij dood was bewoog hij één pootje, trager nog dan gisteren, als tegen beter weten in, en ik wist wat me te doen stond, maar ik kon mezelf er nog niet toe brengen, want daar was het verlies weer, levens die niet gered konden worden, alles wat ik niet in de hand had, ik zakte op mijn hurken naast de hommel, ‘sorry,’ zei ik, ‘sorry’, ik denk ook een beetje tegen mezelf.

 

 

Hier lees je over de levens die je had kunnen leiden, hier over Wiebe, en over die leuke moeder van school.


Geef een reactie