Geschept

27 september 2019

Ik fietste achter de man aan die me net bijna schepte. Hij was links afgeslagen, een buurt met smalle straatjes in, ik hield hem makkelijk bij. Hij stopte voor een schuifhek en stapte uit.

‘Hé, meneer,’ riep ik terwijl ik van mijn fiets stapte.
De man draaide zich om.
‘Je schepte me bijna!’ riep ik.

De man begon te praten. Hij had me gezien, zei hij, bij het stoplicht, maar hij dacht dat er genoeg ruimte was.
‘Je zat zo’n ministukje van me af,’ zei ik verontwaardigd terwijl ik mijn handen vlak bij elkaar hield. Hij knikte alsof ik hem betrapt had. Misschien was hij niet helemaal scherp geweest, zei hij, misschien schatte hij de afstand niet goed in, ‘Sorry, daarvoor.’ Hij stak zijn hand uit, zoals kinderen op het schoolplein die het goed moeten maken van de juf. We schudden handen.
‘Weet je,’ zei hij toen, ‘ik ben gewoon zo moe, het is zo druk,’ hij keek even achterom naar het schuifhek, ‘daardoor…’ Hij maakte zijn zin niet af.

‘Geeft niet, joh,’ zei ik vlug, ik was allang weer mild gestemd, ik bedoel, jemig, als die man zo hard moest werken.

Pas later die dag vroeg ik me af of het uitmaakt als degene die je schept aardig is.

 

 

Hier lees je over iemand die wil dat ik zijn website tekstueel verwen, hier over een vriendin met een sleutel en hier over zwemmen met de boekhouder.

 

 


Geef een reactie